BLOGS

Ben ik over 10 jaar nog programmeur?

Door René van de Peppel,

Gepubliceerd op 8 sep. 2026   —   4 min leestijd

TOEKOMSTPYTHONPHOTOS

Nee.

Want dan ben ik met pensioen, tenminste… als ze in Den Haag de pensioenleeftijd tegen die tijd niet alweer een stukje hebben opgeschoven. 😉

Pff… time flies.

Als alles goed gaat zit ik over tien jaar ergens met een camera, een bak koffie en veel te veel ideeën. En mijzelf kennende zit ik waarschijnlijk alsnog met een laptop op schoot.

Maar de vraag erachter is een stuk interessanter: Bestaat het beroep programmeur over tien jaar eigenlijk nog?

En juist daar moest ik de afgelopen tijd wat vaker over nadenken.

“Steeds minder studenten kiezen voor een IT-opleiding”

Onlangs zag ik een bericht langskomen met die strekking: steeds minder studenten kiezen voor een IT-opleiding, waarschijnlijk mede door de opkomst van generatieve AI.

En eerlijk gezegd snap ik die gedachte wel. Als je vandaag naar AI kijkt, lijkt het soms alsof het programmeren al bijna verdwenen is voordat je überhaupt aan je opleiding bent begonnen.

AI schrijft inmiddels Python, SQL, JavaScript en nog een hele verzameling andere talen. Het kan code uitleggen, testen, fouten zoeken en verbeteren. Geef het een Excel-bestand en het kan er code omheen bouwen om data te analyseren. Twee datasets vergelijken? Geen probleem. Een API aanspreken? Ook geen probleem.

Sterker nog: als ik AI vraag om iets met data te doen, wordt er regelmatig achter de schermen gewoon Python gegenereerd en uitgevoerd in een sandbox.

Dus ja… waarom zou je dan nog leren programmeren?

Misschien stellen we alleen de verkeerde vraag

Want er gebeurt iets interessants.

Hoe makkelijker AI software maakt, hoe meer software we waarschijnlijk gaan maken.

Als vroeger een bedrijf een idee had waarvoor veel programmeerwerk nodig was, werd het misschien nooit gebouwd. Als AI datzelfde idee straks veel sneller kan realiseren, worden er ineens veel meer dingen gebouwd.

Meer applicaties. Meer API's. Meer koppelingen. Meer data. Meer automatisering. Meer AI-agents.

En daarmee ontstaat niet automatisch minder IT-werk.

Het werk verandert.

De programmeur verschuift naar architect

Ik denk dat dit een van de belangrijkste verschuivingen wordt.

De vraag was vroeger vaak:

“Hoe schrijf ik deze code?”

Straks wordt het steeds vaker:

“Hoe moet dit systeem eigenlijk werken?”

Welke data heb ik nodig? Welke systemen moeten gekoppeld worden? Waar moet de applicatie draaien? Welke database gebruik ik? Hoe zorg ik dat het schaalbaar is? Hoe test ik de oplossing? Hoe beveilig ik hem? En vooral: klopt het eigenlijk wat AI hier heeft gebouwd?

Dat laatste is niet geheel onbelangrijk.

AI kan namelijk uitstekend een oplossing bouwen voor een probleem dat je helemaal verkeerd hebt omschreven.

En daar zit volgens mij een belangrijk stukje toekomst van het vak.

De developer schuift langzaam een verdieping omhoog. Van degene die alle stenen metselt naar degene die bepaalt hoe het gebouw eruit moet komen te zien.

En er komen waarschijnlijk nieuwe banen bij

Misschien kijken we daarom ook te veel naar de vraag hoeveel programmeurs we straks nodig hebben.

Want rond AI ontstaan nu al nieuwe rollen en disciplines. En dat zal waarschijnlijk alleen maar breder worden.

Denk aan AI development, data engineering, AI-architectuur, integratie, platform engineering, governance en security.

En vooral dat laatste vind ik interessant.

Want stel dat een organisatie straks tientallen AI-agents heeft die zelfstandig met databases, API's, bestanden en andere systemen kunnen werken. Dan wordt de vraag niet alleen:

“Wat kan deze AI?”

maar vooral:

“Wat mág deze AI?”

Wie mag bij welke data? Welke API mag worden aangeroepen? Welke acties mag een agent zelfstandig uitvoeren? Waar staan de secrets? Hoe loggen we wat er gebeurd is? Hoe controleren we dat achteraf? En wat gebeurt er als een AI-agent iets doet wat helemaal niet de bedoeling was?

Dat zijn geen programmeervragen meer.

Dat zijn vragen over architectuur, security, identity, governance, monitoring en vertrouwen.

En ondertussen moet die hele infrastructuur natuurlijk gewoon blijven draaien.

Iedereen wordt een beetje programmeur

Dat vind ik misschien wel het leukste onderdeel van deze ontwikkeling.

Iemand zonder programmeerkennis kan met AI tegenwoordig al behoorlijk indrukwekkende dingen bouwen.

En dat is alleen maar goed. De drempel om iets te maken wordt enorm laag.

Maar iemand die met AI een applicatie kan laten bouwen, is daarmee nog niet automatisch een software-engineer.

Net zoals iemand die olie kan verversen, nog geen automonteur is. 😉

(En geloof me, na mijn vakantie op Kreta van twee weken geleden weet ik dat we die échte monteurs hard nodig blijven hebben!)"

Je moet nog steeds begrijpen wat er onder de motorkap gebeurt als je echt complexe systemen gaat bouwen.

En misschien wordt dát wel de nieuwe waarde van technische kennis.

Van codeklopper naar systeemdenker

Ook in mijn eigen werk merk ik dat.

Python, FastAPI, MQTT, databases, dashboards, automatisering, API's, AI en integraties lopen steeds meer door elkaar heen.

De afzonderlijke techniek blijft belangrijk, maar de combinatie wordt misschien nog belangrijker.

Ik hoef niet per se minder met techniek bezig te zijn. Ik wil alleen steeds minder tijd kwijt zijn aan het schrijven van honderd regels code om iets simpels voor elkaar te krijgen.

Als AI dat in tien seconden kan, graag.

Dan houd ik meer tijd over voor het interessante deel: bedenken wat er moet gebeuren, systemen aan elkaar knopen, problemen oplossen en controleren of het allemaal klopt.

Misschien is dat uiteindelijk wel de grootste verandering.

Niet minder programmeren, maar programmeren op een hoger niveau.

Dus… bestaat de programmeur nog?

Geen idee.

Misschien heet mijn functie dan helemaal geen programmeur meer.

AI Developer. Solution Engineer. Automation Architect. System Designer.

Maar ik denk niet dat programmeerkennis verdwijnt.

Sterker nog: hoe meer AI voor ons gaat programmeren, hoe belangrijker het wordt dat iemand begrijpt wat er eigenlijk gebouwd moet worden.

Want AI kan de code schrijven.

Maar iemand moet nog steeds het probleem begrijpen. Iemand moet de architectuur bedenken. Iemand moet de systemen verbinden. Iemand moet bepalen wat AI wel en niet mag.

En iemand moet uiteindelijk zeggen:

“Volgens mij klopt dit niet.”


Misschien schrijf ik over tien jaar helemaal geen code meer.

Misschien bestaat het beroep programmeur dan alleen nog als functietitel op mijn oude LinkedIn-profiel. Maar eerlijk gezegd? Tegen die tijd zit ik waarschijnlijk niet meer achter een laptop code te tikken. Dan zit er misschien een robot tegenover me aan de schaaktafel en probeer ik vooral te voorkomen dat hij me binnen tien zetten mat zet. 😉

De technologie verandert. De banen veranderen. En waarschijnlijk sneller dan we nu denken.

Maar één ding blijft: de nieuwsgierigheid om te ontdekken wat er allemaal mogelijk is.

En dat vind ik eigenlijk veel interessanter dan de vraag of ik over tien jaar nog programmeur ben.

Pff… time flies.

Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op Twitter Verstuur per e-mail

Abonneer je op de nieuwsbrief

Abonneer je op de nieuwsbrief voor het laatste nieuws en updates, binnenkort elke week in je inbox.

Abonneren