BLOGS

brAIns

Door René van de Peppel,

Gepubliceerd op 10 jun. 2026   —   3 min leestijd

AIHERSENEN


Gebruik jij AI volledig, of gebruik je maar 10% ervan?

Er bestaat een hardnekkige mythe dat mensen slechts 10 procent van hun hersenen gebruiken. Wetenschappers hebben die theorie al lang naar het rijk der fabelen verwezen; vrijwel elk deel van ons brein heeft een functie en zelfs wanneer we denken dat we niets doen, draait daarboven een indrukwekkende hoeveelheid verwerking op volle toeren.

Toch blijft dat idee van die 10 procent fascinerend. Niet vanwege de theorie zelf, maar vanwege de gedachte erachter: dat er vaak meer in zit dan we denken.

Dat brengt ons bij AI. Want hoewel miljoenen mensen er dagelijks mee werken, gebruiken de meesten slechts een klein deel van wat er inmiddels mogelijk is.

Laten we eerlijk zijn: voor veel mensen is AI vooral een hulpmiddel om een mailtje te schrijven, een tekst samen te vatten of snel iets op te zoeken. Handig? Absoluut. Maar dat is een beetje alsof je een complete werkplaats koopt en vervolgens alleen de schroevendraaier gebruikt.

Het stille werk van die andere 90 procent

Een groot deel van ons brein werkt voortdurend op de achtergrond. Terwijl jij een gesprek voert, verwerkt je brein gezichtsuitdrukkingen, stemintonaties, herinneringen, verwachtingen en duizenden kleine signalen tegelijkertijd. Gelukkig maar, want als je dat allemaal bewust zou moeten doen, zou je waarschijnlijk binnen vijf minuten compleet uitgeput zijn.

Je hersenen zijn eigenlijk een indrukwekkende automatiseringsmachine. Bekende patronen worden automatisch herkend, routinetaken verdwijnen naar de achtergrond en er ontstaan mentale snelkoppelingen die ervoor zorgen dat je niet telkens opnieuw hoeft na te denken over dezelfde dingen. Dat is efficiënt, maar het heeft ook een nadeel.

We vallen gemakkelijk terug op wat we al kennen, en precies daar wordt het interessant.

De AI-paradox

Want hetzelfde zien we gebeuren bij AI.

Veel mensen gebruiken AI inmiddels dagelijks, maar vaak op een voorspelbare manier. Een mailtje schrijven, een tekst samenvatten, een vraag beantwoorden of een lijstje maken. Nuttig, zeker, maar het is slechts een klein deel van wat er mogelijk is.

Eigenlijk behandelen we AI zoals we ook ons eigen brein behandelen: we gebruiken vooral de bekende paden. De routes die comfortabel voelen. De toepassingen die we begrijpen. Terwijl er daarachter een veel groter speelveld ligt dat nog nauwelijks wordt verkend.

AI kan tegenwoordig veel meer dan tekst genereren. Het kan helpen bij het analyseren van complexe informatie, meedenken over strategieën, software ontwerpen, processen verbeteren, kennis structureren, trainingsmateriaal ontwikkelen, patronen ontdekken in data en fungeren als een creatieve sparringpartner die dag en nacht beschikbaar is.

Toch blijven veel gebruikers hangen bij de eerste toepassingen die ze hebben geleerd. Dat is niet vreemd. Nieuwe technologie wordt bijna altijd eerst gebruikt om bestaande gewoontes iets sneller uit te voeren. Toen spreadsheets verschenen, werden ze vooral gebruikt als digitale versie van papier. Toen internet opkwam, zagen veel mensen het als een snellere bibliotheek. Pas later ontdekten we dat die technologieën complete industrieën zouden veranderen.

Met AI lijken we opnieuw in zo'n fase terechtgekomen.

Je tweede brein

Misschien moeten we AI ook anders bekijken. Niet als vervanger van mensen en zeker niet als een magische machine die alle antwoorden heeft, maar als een tweede brein. Een digitale assistent die razendsnel informatie kan verwerken, verbanden kan leggen en ideeën kan terugkaatsen op manieren waar je zelf misschien niet direct aan gedacht zou hebben.

De kracht van AI zit namelijk niet in het geven van antwoorden. Die antwoorden kun je vaak ook via een zoekmachine vinden. De echte kracht zit in het voeren van een gesprek, het onderzoeken van mogelijkheden, het uitdagen van aannames en het combineren van kennis uit verschillende richtingen.

Wie AI alleen gebruikt om teksten te schrijven, gebruikt eigenlijk slechts een klein deel van wat mogelijk is. Het wordt pas echt interessant wanneer je AI gaat behandelen als een collega die nooit moe wordt, als een onderzoekspartner die duizenden pagina's kan doorzoeken of als een brainstormmaatje dat altijd tijd heeft voor nog één idee.

De echte 10%-mythe

Misschien is de beroemde hersenmythe dus niet helemaal waardeloos. Niet omdat we biologisch maar tien procent van onze hersenen gebruiken, maar omdat ze ons onbedoeld een interessante vraag laat stellen.

Hoeveel van de mogelijkheden om ons heen benutten we eigenlijk?

En misschien nog belangrijker: hoeveel van de mogelijkheden van AI benutten we werkelijk?

Want als veel mensen vandaag nog maar tien of twintig procent gebruiken van wat deze technologie kan betekenen, dan staan we waarschijnlijk nog maar aan het begin van de ontdekkingstocht. Niet van kunstmatige intelligentie, maar van menselijke intelligentie die wordt versterkt door kunstmatige intelligentie.

Misschien is dat wel waar BrAIns uiteindelijk over gaat.

Niet over hersenen.

Niet over AI.

Maar over wat er gebeurt wanneer beide samen beter leren denken.

Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op Twitter Verstuur per e-mail

Abonneer je op de nieuwsbrief

Abonneer je op de nieuwsbrief voor het laatste nieuws en updates, binnenkort elke week in je inbox.

Abonneren